Godsdienstonderwijs

Voor de komende periode staan de volgende verhalen centraal.

Januari:

  • 11 - 14 jan. : De wijzen uit het Oosten, Hannah en Simeon

  • 17 - 21 jan. : De doop van Jezus (project doop met doopjurken, dopen in verschillende kerken? Hoe en waarom?

  • 24 - 28 jan.: De roeping van de discipelen, de bruiloft te Kana

Februari: 

  • 31 - 4 feb.: feb. Onze Vader, gelijkenis van het zaad

  • 7 - 11 feb.: dochtertje van Jaïrus, een grote menigte krijgt te eten

  • 14 - 18 feb.: Bartimeüs, Jezus zegent de kinderen

  • 21 - 25 feb.: De twee zoons (ja = ja/ nee = nee)  De slechte pachters

Maart:

 

  • 28 - 4 mrt.: Voorjaarsvakantie

  • 7 - 11 mrt.: Biddag Handen heb je om te geven

  • 14 - 18 mrt.: Martha en Maria, Jezus is de goede herder

  • 21 - 25 mrt.: De drie dienaars, parel in Gods hand

April:

  • 28 - 1 apr.: intocht in Jeruzalem, tempel reiniging 

  • 4 - 8 apr.: zalving, Laatste avondmaal

  • 11 - 15 apr.: verraad, arrestatie, kruisiging

  • 18 - 22 apr.:    17/18 april Pasen

We werken voor godsdienstige vorming met thema's. We hebben hiervoor zelf een doorgaande lijn ontwikkeld.

De projecten worden voorbereid door de godsdienstcommissie die bestaat uit een aantal leerkrachten.

 

 

Vanaf 29 november starten we met de verhalen van kerst.

We beginnen met het verhaal van Zacharias.

Daarna het verhaal van de engel Gabriël die Msria bezoekt.

Dan gaan Jozef en Maria op weg naar Bethlehem

En we sluiten af met de gebroote van Jezus.

Na de kerstvakantie lezen we nog het verhaal van de 3 wijzen uit het oosten.

 

Ook steken we elke week een kaarsje aan. We gaan op weg naar Kerst.

 

We zingen daarbij het liedje "Vier kleine kaarsjes".

 

 

Thema: Later als ik groot ben.

 

Dit thema sluit aan bij het thema van de kinderboekenweek: Worden wat je wilt.

We starten dit thema met het verhaal over de kleine Samuël. Hij mag niet kiezen wat hij wil. Zijn moeder doet de belofte aan God dat haar kindje in de tempel zal werken, nog voor hij geboren wordt.

Daarna vervolgen we de verhalen met Saul die door Samuël uitgekozen werd om koning te worden. Hij had een heel ander beroep. Hij was een boerenzoon en zou zeer waarschijnlijk zelf ook boer zijn geworden. Maar God besliste anders: Saul moest koning worden.

Zo ging het daarna ook met David. Jonatan, de zoon van Saul zou eigenlijk na Saul koning worden, later als hij groot was. Maar hij werd het juist niet. David, de herdersjongen juist wel. Hij werd eerst soldaat in het leger van koning Saul en daarna zelf koning.

De zoon van David, Salomo, werd wel waarvoor hij was voorbestemd als koningszoon. Hij werd namelijk zelf ook koning. Daarmee kunnen we de vergelijking trekken naar Jezus. Hij kwam op aarde om te worden en te doen wat Hij moest doen. Hij mocht zijn beroep niet zelf kiezen, maar deed wat God van Hem vroeg.